|
|
![]() Afdeling Brussel
Speech Max van den Berg, PvdA congres 2000
Europa, Quo Vadis? Zal 12 Mei 2000 in de annalen worden bijgeschreven als de dag dat Joschka Fischer het F-woord weer op tafel legde, of zal het rumoer rondom zijn speech verdwijnen? Wat er ook gebeurt, voor mij is de kwestie duidelijk: Europa, Quo Vadis?
Waar staan we nu in de Unie? Het verdrag van Amsterdam geeft bevoegdheden aan de Unie op een breed scala van terreinen, zoals transport, voedselveiligheid, ontwikkelingssamenwerking, milieu en concurrentiebeleid.
Europa is dus op veel terreinen actief en de vraag "kan de Unie dit allemaal wel aan" dringt zich dan ook onvermijdelijk aan ons op. Oftewel om het in goede Nederlandse bestuurskundige termen te zetten. Is het sturend vermogen van de Unie wel voldoende voor al deze uitdagingen toegerust. Deze vraag heeft des te meer actualiteitswaarde, door het gebrekkig vertrouwen van veel burgers in de Europese instellingen. De timing voor het debat over de toekomst van de Unie is niet uit de lucht gegrepen, want het aantal lidstaten zal binnen een paar jaar bijna verdubbelen. In de winter van 1999 hebben de Europese regeringsleiders in Helsinki besloten met 13 landen te gaan onderhandelen over toetreding. Een historische kans om vrede en democratie in een ongedeeld Europa te verankeren. Daartoe is de steun van de Europese burgers onontbeerlijk. Want iedereen zal offers moeten brengen voor de uitbreiding en we zullen zeker tegen stevige problemen aanlopen.
Om een voorbeeld te noemen; de uitbreiding brengt onvermijdelijk kosten met zich mee: Een deel van dit geld moet worden opgebracht door de kandidaatlanden zelf, maar een deel zal ook door ons moeten worden betaald. En in dit perspectief lijkt het Nederlandse standpunt over de netto-betalingspositie -zeker indien men niet harder durft te snijden in de landbouwuitgaven- aan heroverweging toe. Want steun aan de kandidaatlidstaten, Kosovo en armoedebestrijding in de arme delen van de wereld moeten voor een sterk en sociaal Europa prioriteiten zijn; prioriteiten die niet onderling tegen elkaar uit mogen worden gespeeld.
Maar ook de mensen die zich straks Europees burger mogen noemen hebben perspectief nodig. In deze landen wordt hard gewerkt om aan de EU-voorwaarden te voldoen. Dit gaat gepaard met strakke begrotingen en economische herstructurering. Dit betekent offers voor de burgers in landen waar de armoede veel groter is dan in de Unie en een sociaal vangnet meestal ontbreekt.
Het bestuurlijk chassis van de Unie is destijds in elkaar gezet voor besluitvorming met 6 lidstaten. Met de huidige 15 leden kraakt zij al in haar voegen en iedereen is het erover eens dat de huidige structuren in een Unie van 27 of meer lidstaten tot een ramp zullen leiden.
De Unie heeft in het verleden laten zien dat zij politieke ambitie met daadkracht kan combineren. Kijk naar de Euro. Maar deze kroon op de Europese economische samenwerking lijkt nu al onderhevig aan erosie. Tot nu toe wordt de oplossing voor deze eerste crisis hoofdzakelijk gezocht in het monetair beleid. Dit lijkt mij toch een veel te enge kijk op de zaken. En daarom is eigenlijk onvermijdelijk geworden, wat veel mensen al weten, méér politieke samenwerking in Europa.
Ik wil dan ook waarschuwen voor een te minimalistische houding. Aan Europa moet verder worden gebouwd. Anders blijven we straks zitten met een lege huls van wetgeving en samenwerkingsverbanden, die niet in staat is dat te leveren waar de burger om vraagt. Daadkracht, effectiviteit en verantwoording. Voor mij is deze keuze duidelijk. We zullen de kant van een opmoeten. Dat betekent een Europese Commissie die als een Europese regering wordt verkozen, te beginnen met de Commissievoorzitter. Dit betekent een raad van regeringsleiders die de Commissie actief ondersteunt en afziet van vetorecht op beleidsterreinen waar politieke samenwerking essentieel is. Hieraan is rechtsreeks gekoppeld dat het Europees Parlement het orgaan wordt voor de controle op de regering. Dit betekent medebeslissing voor het parlement op alle terreinen waarover de Unie zeggenschap heeft, ook ten aanzien van het landbouwbudget. Dit vergt ook de bevestiging van het bondgenootschap tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement. Ik pleit dan ook voor een Europese senaat die wordt samengesteld uit de nationale parlementen Dit betekent overigens geen vrijbrief voor ongebreidelde centralisering. Ik steun allen die vinden dat krachtig stelling moet worden genomen tegen overbodige en niet noodzakelijke regelgeving in Europa. Daar is niemand mee gediend. Maak het bestuurscentrum juist vrij voor het wezenlijk werk, zorg voor een duidelijke taakverdeling en maak landen en regionaal en lokaal bestuur verantwoordelijk voor resultaten. Zorg dat de burger hen aanspreekt op rechtsbescherming, democratische controle en resultaat en pak nalatigheid -Europees gecontroleerd- hard aan. Kortom een moderne variant van het Europese f-woord met meer oog voor legitimatie, de Europese burger en haar maatschappelijke organisaties. De sociaal democratische leiders die in meerderheid in Europa regeren hebben een hele grote verantwoordelijkheid bij het maken van deze politieke keuze. Aan hen dus ook mijn appél. Toon leiderschap, toon visie. Schmidt, Fischer of Giscard, zij zijn allen van belang, maar Kok, Schröder, Blair, Jospin en al die andere socialistische regeringsleiders zijn aan zet. Avanti. Een Europa met hechte politieke samenwerking kan zijn mannetje staan in de wereld. Een sterk en sociaal Europa kan onze Europese waarden overeind houden en verdedigen. De markt in ongebreidelde vorm, zonder internationaal sociaal tegenwicht en regelgeving zal dat zeker niet doen. Solidariteit en mensenrechten blijven een ondeelbaar goed, daarin ligt de opgave voor een waarachtig Europese en internationale sociaal-democratie.
Een belangrijke aanzet tot hechtere politieke samenwerking is gemaakt op de recente "dot-com" top in Lissabon waar de Europese sociaal-democratie met verve nieuwe ambities heeft neergelegd. Besloten is de komende 10 jaar via ingrijpende hervormingen ruwweg twintig miljoen banen te scheppen. Een ambitieus initiatief van groot belang, want veel mensen profiteren nog steeds niet van de nieuwe (kennis) economie. De 20 % rijken zijn de afgelopen jaren vier maal rijker geworden en maken drie keer zoveel gebruik van het internet. Circa 9 procent van de bevolking is werkeloos en veel ouderen en vrouwen hebben vaak geen toegang tot de arbeidsmarkt. Stimuleren van de kennismaatschappij kan deze grote problemen helpen oplossen. En daarin loopt Europa achter bij de Verenigde Staten.
Onder embargo tot 27 mei 2000, 11.00 uur
Gesproken woord geldt |
||||
© PvdA Brussel |